Waarom conservering een historische vraag is
Voorwerpen blijven bestaan omdat iemand besloot dat dit moest gebeuren en de omstandigheden betaalde die het mogelijk maakten. De verdeling van de Asante materiële cultuur over de wereld van vandaag is deels een verhaal over verzamelen, en deels een verhaal over wie zich airconditioning kon veroorloven. Conservering begrijpen is daarom geen technische voetnoot bij de geschiedenis — het verklaart wat ons is overgeleverd en kleurt elk debat over waar voorwerpen thuishoren.
Textiel
Kente en adinkra vormen de kwetsbaarste categorie. Zijde en katoen zijn organisch, zij zijn geverfd, en zowel vezel als kleur gaat achteruit onder omstandigheden die onschuldig lijken.
- Licht werkt cumulatief en onomkeerbaar. Verbleking en vezelverzwakking door lichtinval zijn niet terug te draaien; daarom wordt textiel bij lage lichtsterkte getoond en met lange rustperioden uit de opstelling gehaald. Bezoekers klagen soms dat textielzalen donker zijn; die duisternis is de reden dat de stof er nog is.
- Vochtigheid moet stabiel zijn, niet alleen laag. Schommeling is schadelijker dan een gelijkmatig gemiddeld niveau, omdat vezels zwellen en krimpen en de spanningen zich opstapelen, zeker waar een doek uit banen bestaat die met verschillende spanning aan elkaar zijn gezet.
- Ondersteuning is het belangrijkst. Historisch textiel hoort vlak te liggen of op een gevoerde rol te worden bewaard, nooit blijvend in een vouw en nooit met het eigen gewicht aan enkele punten opgehangen. De meeste rampzalige textielschade is mechanisch, niet chemisch.
- Ongedierte eet eiwit. Motten en tapijtkevers tasten zijde en wol aan. Vangstcontroles en schoon depot doen meer dan welke behandeling ook.
Goud, verguldsel en metaalwerk
Asante-goudwerk omvat twee heel verschillende conserveringsproblemen, en dat onderscheid wordt vaak niet begrepen.
Massief goud
Zuiver goud corrodeert niet, en daarom zijn gegoten ornamenten uit de achttiende eeuw in wezen in hun oorspronkelijke staat bewaard. De risico's zijn mechanisch: verbuiging van dunne gegoten delen, slijtage door hanteren, en verlies van de oppervlakteafwerking die de goudsmid beoogde. Voorwerpen die met zilver of koper zijn gelegeerd, en dat zijn er veel, lopen wel aan en kunnen corroderen, zodat de aanname dat "goud geen zorg nodig heeft" in de praktijk onjuist is.
Verguld hout
Veel van wat in de Asante-regalia op massief goud lijkt — parasoltoppen, stafkoppen, zwaardgrepen — bestaat uit dun bladgoud op gesneden hout. Hier is het metaal het kleinste probleem. De houten kern beweegt met de vochtigheid mee, de lijmlaag onder het blad veroudert en verliest hechting, en het blad komt los, scheurt en gaat verloren. Deze voorwerpen zijn uiterst gevoelig voor aanraking: een duim op een verguld oppervlak kan bladgoud blijvend verwijderen. De conservering richt zich op het stabiliseren van de drager en de lijmlaag en op het geheel voorkomen van contact.
Messing en koperlegering
Goudgewichten, kuduo-vaten en gegoten messing corroderen in aanwezigheid van vocht en chloriden. Actieve corrosie moet worden onderkend en gestopt; een stabiel patina wordt in de regel met rust gelaten, omdat het deel uitmaakt van de geschiedenis van het voorwerp.
Hout en krukken
Gesneden krukken, trommels en beelden hebben twee vijanden. De eerste zijn insecten — houtkevers en termieten kunnen een kruk tot een omhulsel reduceren terwijl het oppervlak gaaf blijft ogen. De moderne praktijk bestrijdt aantasting met gecontroleerd invriezen of met een zuurstofarme behandeling in een afgesloten omhulling, in plaats van met de chemische bestrijdingsmiddelen die het grootste deel van de twintigste eeuw werden gebruikt. De tweede is dimensionale beweging: hout krimpt en zwelt met de vochtigheid, en een gesneden voorwerp met verbonden of aangebrachte delen zal scheuren en verguldsel en inlegwerk verliezen als het klimaat instabiel is.
Een verwant probleem treft historische collecties overal. Etnografische voorwerpen in westerse musea werden in het verleden veelvuldig behandeld met arseen, kwikverbindingen en andere bestrijdingsmiddelen. Residuen blijven achter, zij vormen een gezondheidsrisico voor iedereen die de voorwerpen hanteert, en zij zijn een ernstige complicatie bij teruggave: een voorwerp dat naar huis gaat om ceremonieel te worden gebruikt, moet mogelijk eerst worden getest en waar mogelijk behandeld. Dit is inmiddels een vast onderdeel van restitutieplanning.
Het tropische probleem
Instellingen in Ghana hebben te maken met omstandigheden die Europese musea niet kennen: hoge en wisselende luchtvochtigheid, hoge temperaturen, een actieve insectenpopulatie en de kosten en onbetrouwbaarheid van doorlopende klimaatbeheersing. Het antwoord is zelden het klakkeloos overnemen van een Europese norm. Passieve benaderingen — gebouwontwerp, beschaduwing, ventilatie, afgesloten vitrines met bufferend materiaal, strikte geïntegreerde plaagbestrijding — zijn houdbaarder dan een airconditioninginstallatie die bij stroomuitval uitvalt en juist de vochtschommeling veroorzaakt die de schade aanricht.
Samenwerking
Conservering is een van de terreinen waarop Ghanese en Nederlandse instellingen de meest praktische gemeenschappelijke grond hebben gevonden. Musea met collecties uit de koloniale tijd hebben er duidelijk belang bij de opleiding en voorzieningen te steunen van instellingen in de landen waar de voorwerpen vandaan komen, en gezamenlijke projecten hebben zich gericht op de opleiding van restauratoren, conditieonderzoek, verbetering van depots en technisch onderzoek naar materialen en vervaardiging. De komst in 2024 van teruggegeven en in bruikleen gegeven regalia naar het Manhyia Palace Museum maakte die afspraken concreet: een ontvangende instelling moet aantonen dat zij kan zorgen voor wat zij terugneemt, en steun voor die capaciteit is nu een normaal onderdeel van de onderhandeling.
Wat conservering niet kan beslissen
Tot slot een punt dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Conservering vraagt hoe achteruitgang kan worden vertraagd; zij beantwoordt op zichzelf niet waartoe een voorwerp dient. Een kruk die in een vitrine wordt geconserveerd en een kruk die in een ceremonie wordt gebruikt, worden in verschillende zin bewaard, en de tweede brengt slijtage met zich mee die de eerste zou voorkomen. Waar voorwerpen terugkeren naar levend gebruik, moet het gesprek over zorg de gemeenschap omvatten die ze zal gebruiken, en is de maatstaf niet altijd de museale maatstaf.