De West-Indische Compagnie in West-Afrika
De West-Indische Compagnie (WIC) werd in 1621 opgericht als handels- en militaire organisatie met het recht om oorlog te voeren, verdragen te sluiten en gebieden te besturen in het Atlantische gebied. West-Afrika was een pijler van haar strategie.
Verovering van Fort Elmina (1637)
De WIC veroverde Fort Elmina van Portugal in 1637, waarmee zij de belangrijkste schakel in de West-Afrikaanse goudhandel in handen kreeg. In de decennia daarna bouwde de compagnie een netwerk van meer dan twintig forten en handelsposten langs de Goudkust.
Handel en Slavernij
Aanvankelijk richtte de WIC zich op goud en ivoor. Naarmate de vraag naar arbeid op de Amerikaanse plantages groeide, verschoof het zwaartepunt naar de slavenhandel. De compagnie vervoerde naar schatting meer dan 500.000 Afrikanen als slaafgemaakten naar het Caraïbisch gebied en Brazilië.
Concurrentie en Neergang
Toenemende Britse en Deense concurrentie, interne corruptie en de opkomst van vrije handel ondermijnden het WIC-monopolie. In 1791 werd de compagnie ontbonden. De Nederlandse staat nam het beheer van de Goudkust over totdat het gebied in 1872 aan Groot-Brittannië werd overgedragen.
Erfenis
Het WIC-tijdperk liet Nederland achter met rijkdom die mede de Gouden Eeuw financierde — en Ghana met het erfgoed van slavernij, fort-architectuur en culturele vermenging die tot op de dag van vandaag zichtbaar is.