Betrekkingen in de Koloniale Periode
De overgang van handelspartnerschap naar formeel kolonialisme verliep geleidelijk. Voor de Goudkust betekende dit een verschuiving van Nederlandse WIC-heerschappij naar Brits kolonialisme na 1872, maar de Asante behielden lang een mate van onafhankelijkheid die rivalen hen benijdden.
Nederlandse Koloniale Aanwezigheid (1637–1872)
Nederland regeerde de Goudkust primair als een commercieel project. WIC-gouverneurs in Elmina hielden de handel in gang, maar mengden zich zelden in de interne politiek van het achterland. De Asante werden erkend als dominante macht en behandeld als handelspartners, niet als onderdanen.
Overdracht aan Groot-Brittannië (1872)
De Nederlandse terugtrekking uit de Goudkust in 1872 was het gevolg van dalende handelswinsten en geopolitieke verschuivingen. De overdracht aan Groot-Brittannië luidde een nieuwe, agressievere koloniale fase in. De Asante beschouwden de overdracht als verraad door hun Nederlandse bondgenoten.
De Anglo-Asjanti Oorlogen
De Britse overname leidde tot een reeks militaire confrontaties met Asante. De derde oorlog (1873–74) resulteerde in de brandstichting van Kumasi door de Britten; de vierde (1896) in de verbanning van Asantehene Prempeh I; de vijfde (1900–01, de Oorlog om de Gouden Kruk) beëindigde de Asante onafhankelijkheid formeel.
Koloniaal Bestuur en Verzet
Onder Brits gezag werden traditionele Asante-instellingen deels gehandhaafd via het "indirect rule" systeem. De Asantehene bleef cultureel leider maar verloor politieke autonomie. Verzet bleef bestaan — cultureel, geestelijk en soms gewapend — tot de Ghanese onafhankelijkheid in 1957.